Dit artikel is geschreven in samenwerking met HEMA.
Bij spelling draait het vaak om herhalen. Dat hoeft geen saaie taak te zijn. Met een bingokaart krijgt elk woord een plek. Het kind luistert goed, zoekt het juiste woord en denkt na over de spelling. Zo wordt oefenen actief. Dat helpt vooral bij woorden die vaak terugkomen in de klas, zoals woorden met ei of ij, au of ou en woorden met een open lettergreep.
Een bingokaart maken
Een spellingbingo begint met een leeg vel papier. Daarop komen vakjes te staan. In elk vakje staat één woord. De woorden kunnen uit een woordpakket komen, uit een dictee of uit een lijst met lastige woorden. Met eenvoudige schoolspullen maak je de kaart snel klaar. Een schrift, een liniaal en een paar kaartjes zijn genoeg om een duidelijke bingo te maken.
Het is slim om de woorden te kiezen die op dat moment op school worden geoefend. Zo sluit het spel aan bij wat het kind al leert. Gebruik korte woorden voor jonge kinderen en langere woorden voor kinderen die al meer regels kennen. Een kaart met twaalf woorden is vaak genoeg. Bij oudere kinderen kan de kaart groter zijn.
Zo speel je spellingbingo
Eén persoon leest de woorden voor. Dat kan een ouder, leerkracht of klasgenoot zijn. Het kind zoekt het woord op de kaart en streept het af. Het woord mag eerst rustig worden uitgesproken. Daarna kan het kind hardop zeggen welke spellingregel erbij hoort.
Bij het woord geit hoort de ei-klank. Bij het woord houden hoort de ou-klank. Het spel wordt sterker wanneer kinderen niet alleen afstrepen, maar ook uitleggen wat ze zien. Waarom schrijf je bomen met één o? Waarom schrijf je katten met twee t’s? Door zulke vragen blijft het kind nadenken. Het gaat dan om meer dan alleen geluk hebben met de juiste woorden.
Meer variatie tijdens het oefenen
Spellingbingo kan op veel manieren worden gespeeld. Soms leest iemand alleen de betekenis voor. Het kind moet dan zelf raden welk woord erbij hoort. Bij het woord dat hoort bij een dier met lange oren zoekt het kind konijn.
Een andere ronde kan gaan over klanken. Dan worden alle woorden met dezelfde klank afgestreept. Ook kleuren helpen bij het leren. Gebruik pennen in verschillende kleuren om spellingregels zichtbaar te maken. De ei kan blauw worden, de ij groen en dubbele medeklinkers rood. Zo ziet een kind sneller wat er in een woord gebeurt. Dat maakt de regel minder abstract.
Spellingfouten gebruiken om te leren
Fouten horen bij oefenen. Tijdens spellingbingo kunnen fouten juist helpen. Wanneer een kind het verkeerde woord afstreept, bespreek je rustig wat er gebeurde. Misschien klonk het woord hetzelfde. Misschien leek het woord op een ander woord. Door samen te kijken, wordt de fout een leermoment.
Na het spel kan het kind drie woorden kiezen die lastig waren. Die woorden worden nog eens opgeschreven. Daarna leest het kind ze hardop voor. Zo wordt het spel gekoppeld aan schrijven, lezen en luisteren. Dat maakt de oefening compleet.
Bingo in de klas en thuis
Spellingbingo werkt goed in de klas, maar ook thuis aan de keukentafel. Het spel duurt kort en vraagt weinig voorbereiding. Daardoor past het makkelijk tussen andere momenten door. Een kwartier oefenen kan al genoeg zijn om woorden beter te onthouden.
Terug naar blog



